© 2026 Rentokil Initial plc is onderworpen aan de Belgische wetgeving. Alle rechten voorbehouden. Wettelijke vermeldingen.
Vlooien zijn kleine, vleugelloze insecten die leven als uitwendige parasieten van zoogdieren en vogels. Ze voeden zich met bloed en kunnen bij mens en dier jeuk, huidirritatie en onrust veroorzaken. In België is de kattenvlo veruit de meest voorkomende soort, ook op honden. De hondenvlo en de mensenvlo komen vandaag veel minder frequent voor.
Een correcte identificatie van de soort is belangrijk, omdat gedrag, gastheerkeuze en verspreiding per vlooiensoort verschillen. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste vlooien waarmee men in België te maken kan krijgen.
Vlooien behoren tot de orde Siphonaptera. Het zijn vleugelloze insecten met een zijdelings afgeplat lichaam en krachtige achterpoten, waarmee ze goed kunnen springen. Hun ontwikkeling verloopt in vier stadia:
ei
larve
pop
volwassen vlo
De volwassen vlo leeft op de gastheer en voedt zich met bloed. De eitjes vallen vaak van het dier af in de omgeving, bijvoorbeeld in tapijten, manden, kieren of bekleding. De larven leven dus meestal niet op het dier zelf, maar in de omgeving, waar ze zich voeden met organisch materiaal en uitwerpselen van volwassen vlooien.
De hondenvlo komt in België en West-Europa veel minder vaak voor dan de kattenvlo, maar kan nog steeds lokaal worden aangetroffen.
Volwassen hondenvlooien zijn bruinzwart van kleur en meten ongeveer 1 tot 4 mm. Na een bloedmaaltijd kunnen ze donkerder, roodzwart ogen. De larven zijn pootloos, gebroken wit en kunnen tot ongeveer 5 mm lang worden.
Net als andere vlooien heeft de hondenvlo een zijdelings afgeplat lichaam, waardoor ze zich gemakkelijk tussen haren verplaatst. Kammen en stekels op het lichaam helpen om zich in de vacht van de gastheer vast te houden.
De hondenvlo kent dezelfde vier ontwikkelingsstadia als andere vlooien: ei, larve, pop en volwassen vlo. De larven leven in de omgeving en voeden zich met organisch materiaal, waaronder gedroogd bloed en uitwerpselen van volwassen vlooien.
Volwassen hondenvlooien voeden zich vooral met het bloed van honden, maar kunnen ook katten en soms mensen bijten. Ze zijn in staat om van gastheer te wisselen en kunnen zich ook ontwikkelen in de directe leefomgeving van het dier, waaronder manden, bekleding en soms beschutte plekken buitenshuis.
De hondenvlo kan optreden als tussengastheer van de hondenlintworm Dipylidium caninum. Een infestatie kan bij dieren jeuk, roodheid, onrust, haarverlies en in sommige gevallen allergische huidreacties veroorzaken.
De kattenvlo is de meest voorkomende vlooisoort in België. Ondanks de naam wordt deze soort zeer vaak aangetroffen op zowel katten als honden.
De kattenvlo is een klein, vleugelloos insect van ongeveer 2 tot 3 mm lang. Het lichaam is zijdelings afgeplat, wat het dier helpt om zich vlot door de vacht te bewegen. De soort heeft lange achterpoten om te springen en duidelijk ontwikkelde kamvormige borstels, zogenaamde ctenidia, op kop en borststuk.
Zoals alle vlooien doorloopt de kattenvlo vier ontwikkelingsstadia: ei, larve, pop en adult. De eitjes zijn klein, wit en glad, en worden meestal op het dier gelegd, waarna ze in de omgeving terechtkomen. De totale ontwikkeling van ei tot volwassen vlo kan onder gunstige omstandigheden ongeveer twee weken duren, maar kan ook meerdere maanden in beslag nemen wanneer temperatuur en luchtvochtigheid minder gunstig zijn.
Een volwassen kattenvlo kan zich niet goed in stand houden wanneer ze uitsluitend menselijk bloed ter beschikking heeft. Daarom kan ze de mens wel bijten, maar is de mens geen ideale gastheer voor een blijvende infestatie.
Kattenvlooien bevinden zich vaak op plaatsen waar huisdieren veel rusten, zoals manden, zetels, tapijten en spleten in de vloer. De larven ontwikkelen zich in die omgeving en voeden zich met organisch materiaal en vlooienuitwerpselen. Bij huisdieren kunnen kattenvlooien hevige jeuk, huidirritatie, haarverlies en vlooienallergie veroorzaken.
De mensenvlo is in België en in de rest van West-Europa tegenwoordig zeldzaam, maar ze komt historisch en sporadisch nog voor.
De mensenvlo is een donkerbruin tot zwartbruin, vleugelloos insect van ongeveer 1 tot 4 mm lang. Net als andere vlooien heeft ze een afgeplat lichaam en krachtige springpoten. De monddelen zijn aangepast om de huid te doorboren en bloed op te zuigen.
Na een bloedmaaltijd kan een vrouwtje meerdere eitjes leggen. Over haar volledige levensduur kan dat oplopen tot honderden eitjes. De eitjes zijn licht van kleur, glad en klein, en komen terecht in het nest, beddengoed, strooisel of de leefomgeving van de gastheer. Daarna volgen een larve- en popstadium, waarna de volwassen vlo verschijnt. Onder gunstige omstandigheden kan dat vrij snel verlopen, maar de popfase kan langer duren wanneer de omstandigheden ongunstig zijn.
Mensenvlooien bijten vaak ter hoogte van de benen en enkels. De beten kunnen jeuk, irritatie en huidreacties veroorzaken. Hoewel deze soort meerdere gastheren kan gebruiken, waaronder ook honden, varkens en wilde zoogdieren, is ze vandaag veel minder belangrijk dan de kattenvlo in woningen in België.
In historische context wordt de mensenvlo soms genoemd in verband met ziekteoverdracht. Voor de huidige Belgische situatie is dat echter geen typisch of veelvoorkomend risico.
In de Belgische praktijk is de kattenvlo veruit de belangrijkste soort. Ze wordt het vaakst aangetroffen op katten, honden en in woningen. Wie vlooien vaststelt bij een huisdier, heeft dus meestal te maken met kattenvlooien, ook wanneer het om een hond gaat.
Bij een vlooienprobleem volstaat het meestal niet om alleen het dier te behandelen. Een groot deel van de populatie bevindt zich immers in de omgeving, onder de vorm van eitjes, larven en poppen. Een doeltreffende aanpak richt zich daarom zowel op het huisdier als op de plaatsen waar het dier rust of slaapt.
Vlooien zijn een veelvoorkomend probleem in huizen, vooral als er katten of honden wonen.