© 2026 Rentokil Initial plc is onderworpen aan de Belgische wetgeving. Alle rechten voorbehouden. Wettelijke vermeldingen.
Hoewel de meeste Belgische mieren nuttige tuinbewoners zijn, zorgt een aantal soorten voor specifieke overlast. De zwarte wegmier en de zwarte zaadmier dringen vaak binnen op zoek naar voedsel, maar de grootste bedreiging binnenshuis is de faraomier (Monomorium pharaonis).
In België komen heel wat mierensoorten voor. De meeste leven buiten en spelen een nuttige rol in de natuur, bijvoorbeeld doordat ze organisch materiaal opruimen of bijdragen aan een gezond bodemleven. Toch kunnen sommige soorten ook voor overlast zorgen, zeker wanneer ze in of rond woningen, terrassen, bedrijven of gebouwen opduiken.
Een goede soortherkenning is belangrijk. Niet elke mier gedraagt zich op dezelfde manier. Sommige soorten nestelen vooral in gazons of onder tegels, andere zoeken net warme gebouwen op. De juiste aanpak hangt dus af van de soort én van de plaats waar het nest zit.
De zwarte wegmier is veruit een van de meest voorkomende mieren in België. Dit is ook de soort die het vaakst in tuinen, op terrassen en in huizen op zoek gaat naar voedsel.
Werksters zijn meestal donkerbruin tot zwart en ongeveer 3 tot 5 mm lang. De koninginnen zijn groter en verschijnen samen met de gevleugelde mannetjes tijdens de bruidsvlucht in de zomer.
Zwarte wegmieren maken hun nest vaak in de grond, onder tegels, tussen klinkers, langs gevels of aan zonnige plekken rond gebouwen. Ze volgen duidelijke looproutes en zijn vooral verzot op zoete voedingsmiddelen, maar nemen ook eiwitrijk voedsel mee.
Deze soort is meestal niet gevaarlijk, maar kan wel hardnekkig zijn wanneer ze binnenshuis voedsel vindt.
De faraomier is een kleine, geelbruine mier die vooral voorkomt in verwarmde gebouwen. In België wordt deze soort vooral aangetroffen in appartementen, zorginstellingen, keukens, technische ruimtes en andere warme binnenomgevingen.
Werksters zijn erg klein, meestal ongeveer 1,5 tot 2 mm lang. Daardoor worden ze vaak pas laat opgemerkt. Kolonies kunnen meerdere koninginnen bevatten en zich opsplitsen in verschillende nesten, waardoor ze moeilijk te bestrijden zijn.
De faraomier leeft vrijwel uitsluitend binnenshuis in warme omstandigheden. Ze zoekt voedsel in keukens, opslagplaatsen en andere ruimtes waar voedsel of vocht beschikbaar is.
Van de binnensoorten is dit een van de meest relevante soorten voor professionele bestrijding.
De gele weidemier is een kleine, geelachtige mier die in België heel algemeen voorkomt, vooral in graslanden, gazons en bermen. Ze leeft grotendeels ondergronds en wordt daardoor minder vaak opgemerkt dan de zwarte wegmier.
Deze soort bouwt nesten in de bodem en veroorzaakt vaak kleine hoopjes aarde in het gazon. In tegenstelling tot de zwarte wegmier komt ze minder vaak huizen binnen op zoek naar voedsel.
Gele weidemieren leven veel meer verborgen en voeden zich onder meer via honingdauw van wortelluizen in de bodem. Voor mensen is deze soort meestal vooral een tuinsoort en zelden een echt binnenprobleem.
De rode steekmier komt ook geregeld voor in België, vooral op vochtige plaatsen in tuinen, graslanden en langs randen van beplanting. Ze is roodbruin van kleur en meestal iets opvallender dan de zwarte wegmier.
Deze soort is vooral bekend omdat ze, in tegenstelling tot veel andere mierensoorten, wel kan steken. Zo’n steek is meestal niet gevaarlijk, maar kan wel pijnlijk en hinderlijk zijn.
Rode steekmieren maken vaak hun nest in vochtige bodem, onder stenen, hout of andere beschutte plekken. In tuinen kunnen ze lokaal voor meer overlast zorgen dan gewone wegmieren, zeker als een nest op een druk belopen plaats zit.
De zwarte zaadmier is een kleine, donkergekleurde mier die vaak nestelt onder bestrating, stoepen, terrassen en opritten. In België komt deze soort voor op droge, warme en open plekken, vooral in verstedelijkte omgeving.
Ze maakt haar nest in de bodem, vaak onder stenen of tegels, en duwt daarbij geregeld zand of fijne aarde naar boven tussen voegen en kieren. Daardoor valt de zwarte zaadmier vooral op rond verharding.
De zwarte zaadmier kan binnendringen in woningen, maar veroorzaakt vooral buiten overlast. Ze is vooral actief bij warm weer en kan snel talrijk aanwezig zijn op een terras of oprit.
In België komen verschillende mierensoorten voor die hun nest in hout of bomen maken, waarbij een correct onderscheid tussen de boommier en de glanzende houtmier essentieel is. De boommier (Lasius brunneus) is een kleine, bruinachtige mier die graag leeft in beschut, droog hout of bestaande holtes in bomen en gebouwen. Hoewel ze geen gezond hout eet, kan ze wel opvallen wanneer ze vanuit haar nest in de constructie naar voedselbronnen trekt.
De glanzende houtmier (Lasius fuliginosus) is daarentegen groter en opvallend glanzend zwart. Deze soort nestelt vooral buiten in bomen en stronken, waar ze karakteristieke 'kartonnesten' bouwt van een mengsel van fijn vermalen hout en schimmels. Hoewel de glanzende houtmier doorgaans buitenshuis blijft, kan ze in de buurt van woningen voorkomen als er geschikte nestplaatsen zoals oud hout of bomen aanwezig zijn. Beide soorten gebruiken hout louter als nestplaats en niet als voedselbron, in tegenstelling tot echte houtaantastende insecten.
De meeste mierproblemen in België ontstaan buiten, bijvoorbeeld:
onder tegels of klinkers
langs gevels
in gazons
op terrassen
in bloembakken
aan opritten en voetpaden
Daar veroorzaken ze vooral hinder door zichtbare looproutes, hoopjes zand of grote aantallen werksters op warme dagen.
Binnenshuis worden mieren vooral lastig wanneer ze:
voedselvoorraden bereiken
vaste routes volgen naar keuken of voorraadkast
nesten hebben in muren, vloeren of holtes
zich vestigen in warme technische ruimtes
Bij de zwarte wegmier gaat het vaak om foeragerende werksters die van buiten naar binnen komen. Bij de faraomier gaat het vaker om een echte binnensoort die zich in het gebouw zelf vestigt.
Mieren kunnen vervelend zijn, zeker als ze uw huis binnenkomen. De meeste soorten mieren in dit land brengen geen ernstig gezondheidsrisico met zich mee.